Geen hamsters gewond geraakt
Column · Francisca Koerhuis · deel 3 van 4
Tijdens de gebeurtenissen in deze column zijn geen hamsters gewond geraakt.
In mijn eerste column schreef ik over iets wat voor mij de kern van hulpverlening raakt: werkelijk contact maken met een cliënt kan het verschil betekenen tussen een traject dat floreert en een traject dat langzaam vastloopt in doelen, evaluaties en gesprekken waarvan iedereen ongeveer weet hoe ze zullen verlopen.
Een collega van mij begreep dat als geen ander. Tijdens een huisbezoek wilde ze op een speelse manier contact maken met de kinderen in het gezin die op de grond zaten te spelen en gaf ze met haar voet een bal een zetje. Helaas bleek het geen gewone bal te zijn, maar een hamsterbal, inclusief hamster, die daardoor met iets meer vaart dan pedagogisch verantwoord door de huiskamer schoot.
Met de hamster is het goed afgelopen, met het contact met het gezin trouwens ook.
De hamsterbal heeft sowieso een merkwaardige plek in onze cultuur. Kunstenares TINKEBELL. zette in 2008 voor haar project Save the Pets 95 hamsters ieder in een eigen hamsterbal, juist om aandacht te vragen voor de vanzelfsprekendheid waarmee wij dieren opsluiten in voorwerpen die wij zelf als speelgoed hebben bedacht. Eén hamster in zo'n bal vinden we gezellig, 95 tegelijk roept ineens allerlei ethische vragen op. Soms heeft een mens blijkbaar een kleine honderd hamsters nodig voordat hij zich ergens zorgen over begint te maken.
Mijn collega had daar gelukkig maar één hamster voor nodig.
Afgezien van deze ongelukkige manoeuvre heeft zij iets wat veel moeilijker te leren is dan het zorgvuldig verplaatsen van huisdieren: ze kan gesprekken voeren als een vakvrouw. Ze luistert scherp, hoort wat iemand tussen de regels door vertelt, stelt vragen die ergens over gaan en gebruikt gesprekstechnieken zonder dat je het gevoel krijgt dat er een gesprekstechniek wordt toegepast.
Tijdens trainingen over motiverende gespreksvoering hoor ik regelmatig: "O ja, MGV, dat heb ik op school gehad. Dat doen wij eigenlijk al." Meestal weet ik dan dat we een interessante dag tegemoet gaan. Want zodra we gaan oefenen blijkt een goede reflectie formuleren behoorlijk lastig, en blijkt een rake bevestiging al helemaal een vak apart. Veel bevestigingen veranderen binnen enkele seconden in een compliment: "Wat knap van je." "Ik ben trots op je." "Wat goed dat je dit hebt gedaan."
Dat klinkt vriendelijk en zal op veel momenten ook als prettig worden ervaren, echter bereik je niet het doel dat je voor ogen hebt. Wie zegt: "Ik vind het heel knap wat jij hebt gedaan", vertelt vooral iets over zijn eigen beoordeling van het gedrag van de ander. Ik bepaal wat knap is en deel vervolgens mijn goedkeuring uit. De cliënt ontvangt daarmee, naast het compliment, impliciet de boodschap dat mijn oordeel ertoe doet.
Een bevestiging werkt anders. Die probeert onder woorden te brengen welke kracht, waarde, inspanning of keuze bij de ander zichtbaar wordt. "Je bent toch naar die afspraak gegaan, terwijl je vanochtend serieus hebt overwogen om in bed te blijven." Of: "Je hebt je zus gebeld voordat je ging gebruiken. Blijkbaar ontstond er op dat moment al een deel in jou dat iets anders wilde." Daarmee leg je de betekenis terug waar die hoort: bij de cliënt.
Wie houdt de meetlat vast?
Dat verschil lijkt klein, maar raakt voor mij aan een veel groter onderwerp binnen hulpverlening, namelijk de vraag wie er eigenlijk eigenaar is van verandering. Een cliënt die steeds hoort dat de hulpverlener trots op hem is, kan zich uitstekend ontwikkelen tot iemand die heel goed weet hoe hij goedkeuring van hulpverleners verkrijgt. Dat is iets anders dan leren vertrouwen op het eigen oordeel, eigen waarden en het vermogen om zelf richting te geven aan het leven.
Daar zit ook een risico in dat binnen hulpverlening gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Professionals zijn vaak opgeleid om te helpen, vooruitgang te herkennen en beweging te stimuleren, waardoor het verleidelijk wordt om zelf de meetlat vast te houden. Dan kan een gesprek ongemerkt gaan draaien om de vraag of de cliënt voldoet aan wat de hulpverlener als ontwikkeling ziet. Iemand leert vervolgens welke antwoorden applaus opleveren, welke formuleringen goed vallen en welke keuzes als herstel worden gezien. Dat kan er keurig uitzien, terwijl de echte beweging van binnenuit nog nauwelijks begonnen is. Wie is de echte regisseur van het leven?
Een goede bevestiging heeft een andere uitwerking: ze vergroot het zicht van een cliënt op het eigen vermogen om keuzes te maken, grenzen te stellen, vol te houden, terug te komen op een besluit of verantwoordelijkheid te nemen. De hulpverlener voegt daar geen waarde aan toe, maar helpt zichtbaar maken wat er al aanwezig is. Het zweet staat op de juiste rug.
Het zweet staat op de juiste rug.
Authenticiteit vraagt bovendien meer dan het correct toepassen van gesprekstechnieken. Je kunt alle stappen van motiverende gespreksvoering uit je hoofd kennen en alsnog een gesprek voeren waarin nauwelijks werkelijk contact ontstaat. Mensen voelen doorgaans uitstekend aan wanneer een professional een reflectie produceert omdat het volgens het protocol tijd is voor een reflectie. Een perfecte techniek zonder aanwezigheid blijft een techniek.
Professioneel leiderschap begint voor mij daarom veel dichter bij jezelf dan bij het leiden van een ander. Het vraagt dat je kunt verdragen dat een cliënt andere keuzes maakt dan jij verstandig vindt, dat je je eigen behoefte om te redden, overtuigen of gewaardeerd te worden herkent en dat je nieuwsgierig kunt blijven wanneer iemand voor de vierde keer precies doet waarvan jullie samen al drie keer hadden vastgesteld dat het hem weinig goeds brengt. Dat vraagt ook dat je jezelf kunt verdragen op momenten waarop je invloed beperkt blijkt. Hulpverleners zijn gewend verantwoordelijkheid te dragen, maar verantwoordelijkheid en controle zijn verschillende dingen. Je kunt zorgvuldig luisteren, confronteren, spiegelen, vertragen en perspectief toevoegen, terwijl de uiteindelijke keuze bij de ander blijft liggen. Daar zit voor mij een vorm van professioneel leiderschap die minder zichtbaar is, maar veel meer vraagt dan stevig optreden: aanwezig blijven zonder het leven van de ander over te nemen.
Aanwezig blijven zonder het leven van de ander over te nemen.
Daar zit ook de paradox van goede hulpverlening. We willen van betekenis zijn, terwijl onze grootste bijdrage soms bestaat uit voldoende ruimte laten zodat iemand zelf betekenis kan geven aan wat er gebeurt. Dat vraagt vakmanschap, authenticiteit en een behoorlijk ontwikkeld vermogen om je eigen ego op een stoel in de hoek te zetten wanneer het gesprek begint.
En enig situationeel bewustzijn tijdens huisbezoeken, vooral wanneer er ballen op de grond liggen…
Francisca Koerhuis is docent psychologie en HorizonXpert. Ze werkt in de verslavingszorg voor jongeren en schrijft voor Aan de Horizon over eigenaarschap, samenwerking en leiderschap, vanuit de praktijk van de jeugd- en verslavingszorg.
Wie zijn HorizonXperts?
Wij brengen beweging in organisaties waar gedoe, afhankelijkheid en rolonduidelijkheid de uitvoering van strategie en maatschappelijke opgaven in de weg staan.
Met teamontwikkeling, leiderschapsontwikkeling, coaching, intervisie, interim-leiderschap en organisatiebegeleiding versterken wij eigenaarschap, samenwerking en rolzuiverheid, zodat ambities écht gerealiseerd worden.
HorizonXperts is een netwerk van ervaren professionals die hun sporen verdienden in bestuur, leiderschap en uitvoering, en daardoor snel zien wat nodig is om duurzame beweging te creëren.
Wil je niets missen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief "Aan de Horizon" en blijf op de hoogte.
Hartelijke groet,
Mariëlle & het team van HorizonXperts