Het ambitieuze cocaïnedeeltje
Column · Francisca Koerhuis · deel 2 van 4
Is het natuurkundig mogelijk dat cocaïne van het ene tafeltje op een terras de neus in kan vliegen van een jongedame die aan een andere tafel zit? In theorie wel. Een klein poederdeeltje kan door luchtstroming worden meegenomen, dus puur natuurkundig kan cocaïne zich van tafel A naar tafel B verplaatsen. Dat er vervolgens voldoende cocaïne precies de juiste koers vaart, een neusgat vindt en daar ook nog een relevante hoeveelheid aflevert, vraagt om meteorologische omstandigheden waar zelfs het KNMI vermoedelijk eerst een persconferentie voor zou beleggen.
Toch vertelde een jongedame mij tijdens een gesprek in een verslavingskliniek dat dit haar in het weekend was overkomen. Ze had cocaïne gebruikt, volledig onvrijwillig. Het lag op de tafel van iemand anders en was zo haar neus in gewaaid. Ze wilde het echt niet.
Sommige hulpverleners die ik tijdens trainingen over verslaving ontmoet, zouden daar snel woorden als liegen, zwakte, gebrek aan wilskracht of een ontbrekende ruggengraat aan verbinden. Die ruggengraat kunnen we vrij eenvoudig afstrepen, want anatomisch gezien heeft vrijwel iedereen er één. Motivatie is interessanter, omdat motivatie geen vaste eigenschap is maar fluctueert onder invloed van tijd, context, emoties, beloning, gewoonten, sociale druk en de betekenis die gedrag op dat moment heeft.
Motivatie is geen vaste eigenschap, maar fluctueert onder invloed van tijd, context, emoties, beloning en betekenis.
De cirkel van gedragsverandering van Prochaska en DiClemente helpt om dat te begrijpen. Mensen bewegen van voorbeschouwing naar overweging, vervolgens naar voorbereiding, actie en behoud, waarbij terugval deel kan uitmaken van het veranderproces. Op papier oogt dat behoorlijk ordelijk. In de praktijk kan iemand op maandagochtend volledig overtuigd zijn van herstel, op vrijdagavond stevig met zichzelf onderhandelen en op zaterdag verklaren dat de cocaïne via atmosferische omstandigheden haar neus heeft bereikt.
Iedereen die ooit enthousiast is begonnen met hardlopen kent een mildere versie van hetzelfde verschijnsel. Je downloadt een app, koopt schoenen, vindt een broek waarin je er alvast uitziet alsof je sportief bent en vertelt aan vrienden dat je nu echt begonnen bent. Twee weken later kleurt je trainingsschema groen, geeft je horloge complimenten en heb je vermoedelijk al even gekeken wanneer de halve marathon plaatsvindt. Daarna regent het, zit de broek in de was, doet je knie pijn en blijkt de bank over onverwacht sterke overtuigingskracht te beschikken. Wanneer iemand drie weken later vraagt hoe het met hardlopen gaat, vertel je iets over herstel en belastingopbouw, terwijl de schoenen inmiddels naast de yogamat en de weerstandsband liggen waarmee ooit ook grote plannen bestonden.
Die eerste motivatie was waarschijnlijk oprecht. Gedrag veranderen vraagt alleen meer dan een goed voornemen. Mensen kunnen verandering willen en tegelijk botsen met routines, beloning, spanning, sociale omgeving, identiteit en directe behoeftebevrediging. Bij verslaving komt daar nog bij dat een middel vaak een duidelijke functie heeft gekregen. Wie alleen naar het middel kijkt, mist waarvoor iemand het middel gebruikt.
Daarom interesseerde het verhaal van deze jongedame mij meer dan de natuurkunde ervan. Misschien schaamde ze zich, misschien vreesde ze de consequenties, misschien wilde ze werkelijk stoppen en had ze tegelijk nog veel te winnen bij gebruik, of misschien paste het slecht in haar zelfbeeld dat ze opnieuw bewust cocaïne had genomen. Ambivalentie is vaste kost binnen gedragsverandering: een mens kan oprecht herstel willen en op hetzelfde moment verlangen naar precies datgene waarvan herstel afstand vraagt.
Als hulpverlener kom je dan verder met vragen als: wat gebeurde er die avond, wanneer begon het verlangen, wie waren erbij, wat hoopte je dat de cocaïne je zou geven en op welk moment verschoof je besluit? Daarmee komt het gesprek terecht waar het hoort: bij gedrag, context en verantwoordelijkheid.
Terugval vertelt waar beweging stokte
Terugval past in datzelfde kader. Binnen het Minnesota model staat abstinentie centraal en wordt hervat gebruik gezien als een teken dat het verslavingsproces opnieuw actief is. Vanuit de cirkel van gedragsverandering kun je daar nog iets aan toevoegen: terugval vertelt waar beweging stokte, verschoof of opnieuw begeleiding vraagt. Het eerste glas, de eerste lijn of de eerste sigaret is vaak het zichtbare eindpunt van een proces dat al veel eerder begon, bijvoorbeeld bij oplopende spanning, het verdwijnen van routines, oude contacten, minder openheid over craving of de gedachte dat één keer inmiddels wel weer zou kunnen. Die laatste zin klinkt binnen de verslavingszorg ongeveer even geruststellend als: "Kijk mam, zonder handen."
Ook stoppen met roken verloopt vaak via meerdere pogingen. Dat zegt weinig over karakter en veel over afhankelijkheid. Nicotine verlicht tijdelijk ontwenningsverschijnselen die tussen sigaretten ontstaan, waardoor roken als ontspannend kan worden ervaren. Een ingenieus systeem eigenlijk: eerst spanning mede in stand houden en vervolgens opluchting verkopen als ontspanning.
Daarmee kom ik bij de therapeutische peuk, een interventie die ik opvallend vaak tegenkom zonder dat zij ooit een plek in de richtlijnen heeft veroverd. Hulpverleners vertellen dat ze tijdens het roken zulke goede gesprekken met cliënten voeren. Dat geloof ik direct. Buiten staan, naast iemand staan, even weg zijn uit de groep en vijf minuten onverdeelde aandacht hebben kan veel opleveren. De therapeutische werking zit vermoedelijk vooral in die vijf minuten. Hetzelfde gesprek zou waarschijnlijk ook ontstaan tijdens een wandeling, met koffie of op twee tuinstoelen, al hoor ik zelden iemand zeggen dat een klapstoel de behandelrelatie heeft gered.
Verslavingszorg gaat voor mij daarom nooit alleen over de vraag of iemand gemotiveerd is. Interessanter is waar iemand zich in het veranderproces bevindt, wat iemand drijft, welke functie het middel vervult, wanneer motivatie verschuift en wat zich afspeelt in iemands binnenwereld, lichaam en ziel. Goed luisteren blijft daarin misschien wel het meest onderschatte vakmanschap. Minder invullen, minder snel oordelen en veel beter leren horen wat iemand eigenlijk vertelt, klinkt als vanzelfsprekend maar het gaat niet vanzelf.
Goed luisteren blijft misschien wel het meest onderschatte vakmanschap.
En soms begint zo'n gesprek met een verhaal over cocaïne die vanaf een andere tafel rechtstreeks iemands neus in is gevlogen. Natuurkundig blijft het een buitengewoon ambitieus cocaïnedeeltje, vanuit gedragsverandering bekeken vertelt het verhaal aanzienlijk meer.
Francisca Koerhuis is docent psychologie en HorizonXpert. Ze werkt in de verslavingszorg voor jongeren en schrijft voor Aan de Horizon over eigenaarschap, samenwerking en leiderschap, vanuit de praktijk van de jeugd- en verslavingszorg.
Wie zijn HorizonXperts?
Wij brengen beweging in organisaties waar gedoe, afhankelijkheid en rolonduidelijkheid de uitvoering van strategie en maatschappelijke opgaven in de weg staan.
Met teamontwikkeling, leiderschapsontwikkeling, coaching, intervisie, interim-leiderschap en organisatiebegeleiding versterken wij eigenaarschap, samenwerking en rolzuiverheid, zodat ambities écht gerealiseerd worden.
HorizonXperts is een netwerk van ervaren professionals die hun sporen verdienden in bestuur, leiderschap en uitvoering, en daardoor snel zien wat nodig is om duurzame beweging te creëren.
Wil je niets missen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief "Aan de Horizon" en blijf op de hoogte.
Hartelijke groet,
Mariëlle & het team van HorizonXperts